|
Vroeger had iedereen een houtkachel in huis, deze gaf veel warmte en was ook heel gezellig, we waren op dat moment goed bezig voor het milieu (wat verwarming betreft). Sinds we in 1959 gas vonden, zijn we gas gaan gebruiken voor het verwarmen van onze woning. Door het verbranden van gas ontstaat er CO2 en dit is een broeikasgas. We moeten dus proberen zo weinig mogelijk fossiele brandstoffen te verbranden en waar mogelijk deze te vervangen door biomassa. Biomassa is er in verschillende vormen: - Vaste biomassa zoals hout, houtsnippers of houtpellets. - Vloeibare biomassa (bio-olie) zoals koolzaadolie, palmolie, etc. - Gasvormige biomassa (biogas) zoals stortgas of gas uit vergistingsinstallaties.
Voor het verbranden van biogas of bio-olie zijn er olie of gasketels op de markt, ook normale, niet condenserende ketels kunnen worden gebruikt. Voor het verbranden van vaste biomassa is echter een andere soort kachel nodig. Deze kan ook volledig automatisch worden uitgevoerd, waardoor je niet steeds hout op het vuur moet gaan gooien, wel zo makkelijk en modern.
Enkele nadelen van de verbranding van biomassa is het benodigde volume voor de opslag van de biobrandstof, de (grotere) uitstoot van NOx en dat je goed moet opletten of de biomassa ook echt wel duurzaam geproduceerd is. Palmolie is een bekend voorbeeld van biobrandstof die verre van duurzaam word geproduceerd.
|